Pagina's uit mijn dagboek pagina 005 |
Laatst zat ik beneden met mijn moeder en mijn dochter. We waren in gesprek over kerst, zoals dat gaat in families waarin iedereen een mening heeft over wat er tijdens de feestdagen moet gebeuren en vooral over wie er bij wie op bezoek gaat. Ergens tijdens dat gesprek maakte mijn moeder een opmerking over mijn persoonlijkheid. Ze zei, vrij terloops eigenlijk, dat ik gewoon geen vriendelijk persoon ben.
En ik moest daar bijna om lachen, omdat ik me ineens realiseerde hoeveel jaren van mijn leven ik aan precies die overtuiging heb besteed.
Ik zei tegen mijn moeder: "Weet je wat het grappige is? Ik heb dat heel lang geloofd." En dat was ook zo.
Ik heb een groot deel van mijn leven gedacht dat ik geen leuk mens was. Dat ik moeilijk was, dat ik niet goed met mensen kon omgaan en dat er iets aan mijn karakter was waardoor het voor anderen ingewikkeld was om van me te houden. Het was ook niet uitsluitend mijn moeder die dat zei. Ik hoorde het van mijn broers, van andere familieleden en eigenlijk zo vaak dat ik het op een gegeven moment zelf begon te vertellen, alsof ik een bijzonder scherp inzicht in mijn eigen persoonlijkheid had ontwikkeld.
"I'm not a people person", zei ik dan.
En daar bleef het bij. Een keurige verklaring voor waarom ik op mijn werk geen nieuwe vriendschappen aanging, waarom ik in sociale situaties soms afstand hield en waarom ik bepaalde relaties accepteerde waarin ik voortdurend het gevoel had dat ik iets goed moest maken. Want als je eenmaal gelooft dat je geen prettig mens bent, wordt het vrij eenvoudig om allerlei gebeurtenissen in je leven als bewijs daarvan te beschouwen.
Wanneer iemand afstandelijk tegen me deed, dacht ik dat het wel aan mij zou liggen. Wanneer een vriendschap verwaterde, vroeg ik me af wat ik verkeerd had gedaan. En wanneer iemand mij daadwerkelijk vertelde dat ik moeilijk was, voelde dat ergens vertrouwd. Alsof de persoon in kwestie iets bevestigde wat ik diep vanbinnen allang wist.
Het vreemde is dat ik tegelijkertijd mensen in mijn leven had die een volkomen ander beeld van mij schetsten.
Vriendinnen die me een sweetheart noemden. Mensen die vertelden hoe fijn ze het vonden om met me te praten. En mijn huidige partner, die op een gegeven moment iets tegen me zei wat ik eigenlijk heel merkwaardig vond.
"Shida, jij zegt altijd dat je niet van mensen houdt, maar iedere keer als ik jou met mensen zie praten, bloei je helemaal op."
Ik vond dat behoorlijk irritant van hem, vooral omdat hij gelijk had.
Ik kon werkelijk de hele dag opzien tegen een sociale gelegenheid. Ik kon mezelf ervan overtuigen dat ik absoluut geen zin had om met andere mensen te praten en dat ik veel liever thuis zou blijven. Om vervolgens op die gelegenheid de tijd van mijn leven te hebben. Dan kwam ik thuis, vol verhalen en energie, en vertelde ik enthousiast over alle mensen die ik had ontmoet.
Waarop hij me dan aankeek met die blik van: zie je wel? En toch duurde het nog jaren voordat ik me serieus begon af te vragen of mijn opvatting over mezelf eigenlijk wel klopte.
De verhalen die we over onszelf leren vertellen
Ik ben me de afgelopen jaren steeds meer gaan verdiepen in de psychologie achter onze overtuigingen, en een van de interessantste dingen die ik daarin tegenkwam was het begrip confirmation bias, oftewel bevestigingsvooroordeel.
In 1998 publiceerde psycholoog Raymond Nickerson een uitgebreid artikel over de manier waarop mensen geneigd zijn informatie te zoeken en te interpreteren die aansluit bij wat ze al geloven. We zijn, kort gezegd, niet altijd de bijzonder objectieve waarnemers die we denken te zijn.
Dat vond ik fascinerend, omdat ik ineens allerlei momenten uit mijn eigen leven begon te herkennen.
Stel dat je ervan overtuigd bent dat je een onaardig mens bent. Je hebt op een dag tien gesprekken. Negen daarvan verlopen prettig, maar in één gesprek reageert iemand wat kortaf. Waar denk je 's avonds aan terug? Juist. Aan dat ene gesprek. Je vraagt je af of je iets verkeerd hebt gezegd en of diegene je vervelend vindt. De negen andere gesprekken verdwijnen naar de achtergrond, omdat ze eigenlijk niet passen bij het verhaal dat je al over jezelf hebt.
Het betekent natuurlijk niet dat onze hersenen voortdurend op deze manier werken of dat iedere overtuiging die we hebben onjuist is. Maar het betekent wel dat een overtuiging ons zicht op de werkelijkheid kan kleuren.
En ik vroeg me af hoeveel jaren ik had doorgebracht met het verzamelen van bewijs voor een verhaal dat ik nooit zelf had geschreven.
Nog interessanter vond ik het onderzoek naar de self-fulfilling prophecy, de zichzelf waarmakende voorspelling. Al in 1978 onderzochten psychologen Mark Snyder en William Swann hoe onze verwachtingen over andere mensen invloed kunnen hebben op de manier waarop we met hen omgaan, en hoe dat gedrag vervolgens reacties kan uitlokken die onze oorspronkelijke verwachting bevestigen.
Ik moest denken aan de keren dat ik ergens binnenkwam en bij voorbaat al dacht dat niemand op me zat te wachten. Hoe ik mezelf dan een beetje terugtrok, weinig initiatief nam en achteraf concludeerde dat ik blijkbaar niet zo goed lag in de groep.
Het is natuurlijk onmogelijk om achteraf precies vast te stellen hoeveel van mijn ervaringen hierdoor werden beïnvloed. Mensen kunnen daadwerkelijk onaardig zijn, relaties kunnen ingewikkeld zijn en er zijn genoeg omstandigheden waarin een ander gewoon verantwoordelijk is voor zijn eigen gedrag. Maar ik begon wel te begrijpen dat ik mezelf jarenlang vanuit een behoorlijk ongunstig uitgangspunt had benaderd.
En ik vroeg me af wat er zou gebeuren als ik daar eens mee ophield.
De woorden van mijn moeder
Er is iets wat ik belangrijk vind om hierover te zeggen, vooral omdat ik weet hoe gemakkelijk gesprekken over onze jeugd tegenwoordig veranderen in een zoektocht naar alles wat onze ouders verkeerd hebben gedaan.
Ik hou van mijn moeder. Ik geloof oprecht dat mijn ouders mij vanuit liefde hebben opgevoed en dat zij, met de kennis en mogelijkheden die ze hadden, hun best hebben gedaan. Er zijn ontzettend veel dingen die ik van hen heb geleerd en waar ik dankbaar voor ben.
Maar ik kan inmiddels ook erkennen dat bepaalde woorden me pijn hebben gedaan.
Ik hoorde bijvoorbeeld regelmatig dat ik dom was, dat ik domme beslissingen nam of dat ik geen vriendelijk persoon was. En wanneer je jong bent, heb je nog niet de levenservaring om zulke opmerkingen op dezelfde manier te beoordelen als een volwassene. Je ouders zijn in die eerste jaren immers een van je belangrijkste bronnen van informatie over de wereld en over jezelf.
Als zij zeggen dat je iets bent, is het niet vreemd dat je daar betekenis aan geeft.
Dat betekent niet dat iedere ongelukkige opmerking van een ouder een levenslange overtuiging wordt. Zo eenvoudig werkt de menselijke psychologie gelukkig niet. Maar onderzoek naar negatieve verbale ervaringen in de jeugd laat wel zien dat herhaalde kritiek en vernederende boodschappen samen kunnen hangen met latere zelfkritiek en psychische kwetsbaarheid.
Toen ik dat las, dacht ik aan al die keren dat ik mezelf dingen had ontzegd omdat ik ervan overtuigd was dat ik ze niet verdiende.
Aan de contacten die ik op mijn werk niet durfde te leggen. Aan de relaties waarin ik voortdurend bezig was te bewijzen dat ik wel degelijk liefde waard was. En aan mijn bedrijf, BySanaah, dat ik met zoveel enthousiasme begon, maar waarbij ik het tegelijkertijd doodeng vond om mijn gezicht te laten zien.
Want stel je voor dat mensen me zouden leren kennen en zouden ontdekken wat ik zelf al dacht te weten. Dat ik eigenlijk helemaal niet zo leuk was. Ik vind het achteraf bijna hartverscheurend dat ik zo over mezelf dacht. Vooral omdat ik inmiddels weet hoeveel plezier ik beleef aan het contact met andere vrouwen, aan gesprekken en aan het vertellen van verhalen. Ik heb zelfs voor volle zalen gestaan. En iedere keer wanneer ik dat doe, moet ik denken aan het meisje dat ooit geloofde dat ze niet goed met mensen was. Wat had ik haar graag iets anders verteld.
Opnieuw leren wie ik ben
Ik denk dat er ergens in mijn late dertiger jaren iets bij mij is veranderd. Dat had voor een deel te maken met het moederschap, voor een deel met mijn geloof en voor een belangrijk deel met BySanaah. Toen ik me steeds meer ging verdiepen in waistbeads en de betekenis die ze voor mij hebben, begon ik ook op een andere manier naar mijn lichaam te kijken. Ik dacht meer na over mijn Ghanese achtergrond, over de vrouwen die vóór mij hadden geleefd en over de verhalen die binnen families worden doorgegeven.
Sommige daarvan zijn prachtig. Andere verhalen zijn ontstaan uit angst, onzekerheid of de behoefte om kinderen voor te bereiden op een wereld die soms behoorlijk hard kan zijn. En ik begon me af te vragen welke verhalen ik wilde blijven doorgeven.
Ik realiseerde me dat ik mijn hele leven had gewacht op bepaalde woorden. Dat iemand me zou vertellen dat ik slim was, dat ik mooi was, dat ik een fijn mens was en dat ik iets bijzonders te bieden had. Alsof die woorden pas waar konden zijn wanneer iemand anders ze uitsprak. Op een gegeven moment dacht ik: waarom eigenlijk? Waarom heb ik iemand anders nodig om mij te vertellen wie ik ben?
Ik geloof in God. En vanuit mijn geloof ben ik ervan overtuigd dat ik geliefd ben, dat mijn leven betekenis heeft en dat ik met bepaalde talenten en mogelijkheden op deze wereld ben gekomen. Toch had ik jarenlang meer waarde gehecht aan de mening van mensen om mij heen dan aan wat ik diep vanbinnen geloofde. Dat besef veranderde iets.
Ik begon te journalen en schreef de woorden op die ik zo graag had willen horen. Ik ben slim. Ik ben mooi. Ik ben liefdevol. Ik heb ontzettend veel energie. Ik mag mijn dromen najagen. Ik ben een favoriet van God. Manifesteren is makkelijk voor mij en mijn dromen komen uit. Die laatste zinnen horen bij mijn persoonlijke geloof en de manier waarop ik naar het leven kijk. Ik ervaar het als een vorm van vertrouwen, van verwachten dat er mooie dingen mogelijk zijn, zelfs wanneer ik nog geen idee heb hoe ze zullen gebeuren. En ik merkte dat de manier waarop ik tegen mezelf sprak langzaam begon te veranderen.
Er bestaat onderzoek naar zogenaamde self-affirmation. In een meta-analyse uit 2025, waarin tientallen studies werden samengebracht, vonden onderzoekers kleine maar betekenisvolle positieve effecten van bepaalde zelfaffirmatie-oefeningen op het welzijn.
Daarbij gaat het in wetenschappelijke studies vaak om het bewust stilstaan bij je persoonlijke waarden. Het is dus iets anders dan jezelf honderd keer per dag vertellen dat je miljonair bent en verwachten dat je banksaldo vanzelf verandert.
Sterker nog, er is ook onderzoek dat laat zien dat extreem positieve uitspraken voor mensen met een laag zelfbeeld soms juist een vervelend effect kunnen hebben wanneer die uitspraken te ver afstaan van wat ze op dat moment geloven. Ik vind dat eigenlijk wel logisch.
Als je jarenlang hebt geloofd dat je niet slim bent, kan het behoorlijk ongemakkelijk voelen om ineens voor de spiegel te staan en te verkondigen dat je de intelligentste vrouw ter wereld bent. Voor mij zat de verandering daarom ook in het schrijven en het onderzoeken van mijn eigen ervaringen.
Wanneer had ik eigenlijk een slimme beslissing genomen? Wanneer had ik een mooi gesprek gevoerd? Wanneer was iemand blij geweest mij te zien? Welke dingen had ik in mijn leven al bereikt die helemaal niet pasten bij het verhaal dat ik mezelf vertelde?
Ik begon ruimte te maken voor bewijs dat ik daarvoor nauwelijks had toegelaten. En langzaam werd het gemakkelijker om mezelf met wat meer liefde te bekijken.
Wat ik mijn kinderen wil meegeven
Sinds ik moeder ben, denk ik veel na over de woorden die mijn kinderen later zullen gebruiken wanneer ze over zichzelf praten. Ergens heeft dat ook iets confronterend, want ik hoor mezelf natuurlijk weleens dingen zeggen waarvan ik achteraf denk: Shida, had dat nou echt zo gemoeten?
Ik ben een moeder met drie kinderen, een baan, een bedrijf en een huishouden. Er zijn dagen waarop ik geduldig en liefdevol ben, en er zijn dagen waarop iedereen me beter even met rust kan laten. Maar ik probeer wel bewust te zijn van het verschil tussen wat mijn kinderen doen en wie ze zijn.
Wanneer mijn zoontje iets doet wat niet mag, zeg ik bijvoorbeeld: "You're such a good boy, but you know you're not allowed to do that." Ik wil dat hij begrijpt dat hij iets verkeerd kan doen en nog steeds een goed kind is. Dat zijn gedrag gevolgen kan hebben zonder dat zijn waarde als mens ter discussie staat.
Natuurlijk zal hij later zijn eigen ervaringen hebben en ongetwijfeld genoeg dingen kunnen aanwijzen die ik als moeder anders had kunnen aanpakken. Dat hoort er vermoedelijk ook gewoon bij. Maar ik hoop dat hij zich op een dag herinnert dat ik hem vaak heb verteld hoe geliefd hij was.
Bij mijn oudste dochter voel ik dat misschien nog sterker.
Toen ik twaalf jaar oud was, droeg ik al behoorlijk wat verantwoordelijkheden. Ik had het gevoel dat ik me volwassen moest gedragen, dat ik verstandig moest zijn en dat er weinig ruimte was om gewoon een kind te zijn. Daarom zeg ik regelmatig tegen mijn dochter dat ze vooral van haar jeugd moet genieten. Dat ze mag spelen, ontdekken, lachen en fouten maken. Dat ze haar hele leven nog heeft om volwassen te zijn.
Ik weet hoe gemakkelijk mensen een meisje vertellen dat ze volwassen is voor haar leeftijd, alsof dat altijd een compliment is. En ik weet inmiddels ook hoeveel jaren je later kunt besteden aan het terugvinden van delen van jezelf die je als kind te vroeg hebt moeten achterlaten.
Soms denk ik dat dit een van de bijzonderste dingen aan het moederschap is. Dat je, terwijl je je kinderen probeert groot te brengen, voortdurend wordt uitgenodigd om opnieuw naar je eigen jeugd te kijken. En dat je op een dag beseft dat je sommige verhalen gewoon mag laten eindigen.
Je mag een ander verhaal kiezen
Het gesprek met mijn moeder over kerst was uiteindelijk maar een klein moment. We zaten daar gewoon met elkaar te praten en op een gegeven moment ging het gesprek weer over iets anders, zoals dat in families gaat. Maar bij mij bleef er iets hangen. Ik realiseerde me dat ik tegenwoordig heel anders reageer wanneer iemand me vertelt wat voor persoon ik ben.
Vroeger zou zo'n opmerking me dagenlang hebben beziggehouden. Ik zou hebben geprobeerd uit te leggen dat ik heus wel aardig was. Ik zou voorbeelden hebben verzameld, mijn gedrag hebben aangepast en alles hebben gedaan om die ander ervan te overtuigen dat het beeld niet klopte.
Nu kan ik zo'n opmerking horen en denken: interessant dat jij mij zo ziet. Ik ga er een blog over schrijven. En vervolgens verdergaan met mijn leven. Want natuurlijk zullen mensen altijd een mening over me hebben. Toen ik mijn best deed om iedereen tevreden te houden, hadden ze een mening. En nu ik vaker mijn eigen keuzes maak, hebben ze nog steeds een mening. Ik ben er alleen veel minder in geïnteresseerd geraakt om mijn hele leven te besteden aan het veranderen daarvan.
De waistbeads die ik om mijn heupen draag, herinneren me daar iedere dag aan. Wanneer ik ze voel, denk ik aan mijn lichaam, aan mijn voorouders, aan de vrouwen die mij zijn voorgegaan en aan de verbinding die ik met God ervaar.
Ze herinneren me ook aan de vrouw die ik inmiddels aan het leren kennen ben. Een vrouw die graag met mensen praat, die houdt van mooie gesprekken, die soms chagrijnig is en soms veel te enthousiast, die fouten maakt, die heel hard kan lachen en die een ontzettend groot hart heeft.
En ik vind haar eigenlijk best leuk. Het heeft me bijna 38 jaar gekost om dat zonder aarzeling te kunnen zeggen. Maar goed, beter laat dan nooit. Ik ben benieuwd of jij dit herkent. Of er ooit iemand in jouw leven is geweest die iets over je zei wat je zo vaak hebt gehoord dat het uiteindelijk onderdeel werd van je eigen verhaal.
En als dat zo is, zou ik je willen uitnodigen om vandaag eens iets heel eenvoudigs te doen. Pak een pen, schrijf die overtuiging op en vraag jezelf af waar ze vandaan komt. Probeer je vervolgens te herinneren welke ervaringen in jouw leven een ander beeld laten zien.
Want het zou toch bijzonder zijn als je erachter komt dat je al die jaren iemand bent geweest die je jezelf nauwelijks hebt toegestaan te leren kennen?
Voor mij zijn mijn waistbeads een tastbare herinnering aan die ontdekking. En als jij ook zo'n herinnering bij je wilt dragen, dan nodig ik je met liefde uit om mijn waistbeads te ontdekken.
Ik zie je aan de andere kant. ❤️
Liefs,
Rashida Mustapha
BySanaah | Pagina's uit mijn dagboek
Wetenschappelijke bronnen
Nickerson, R. S. (1998). Confirmation Bias: A Ubiquitous Phenomenon in Many Guises. Review of General Psychology. Een overzicht van onderzoek naar hoe bestaande overtuigingen invloed hebben op de manier waarop mensen informatie verwerken. https://doi.org/10.1037/1089-2680.2.2.175
Snyder, M., & Swann, W. B. (1978). Behavioral Confirmation in Social Interaction: From Social Perception to Social Reality. Journal of Experimental Social Psychology. Over de invloed van verwachtingen op gedrag tijdens sociale interacties. https://doi.org/10.1016/0022-1031(78)90021-5
Zhang, Y. e.a. (2025). The Impact of Self-Affirmation Interventions on Well-Being: A Meta-Analysis of Randomized Controlled Trials. American Psychologist. Over de effecten van zelfaffirmatie-interventies op welzijn. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/41143765/
Guo, L. (2023). The Delayed, Durable Effect of Expressive Writing on Depression, Anxiety and Stress: A Meta-Analytic Review of Studies With Long-Term Follow-Ups. British Journal of Clinical Psychology. Over de effecten van expressief schrijven op psychisch welzijn. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/36536513/


Hinterlasse einen Kommentar
Alle Kommentare werden vor der Veröffentlichung geprüft.
Diese Website ist durch hCaptcha geschützt und es gelten die allgemeinen Geschäftsbedingungen und Datenschutzbestimmungen von hCaptcha.